logo

A- A A+

MKS vanaf begin 2017 in de praktijk beproeven

shutterstock 168767675 1000 pixDe ontwikkeling en invoering van het Medische kindzorg- systeem (MKS) gaat een belangrijke nieuwe fase in. De afgelopen maanden is hard gewerkt aan het voltooien van de instrumenten die de betrokkenen rondom het (ernstig) zieke kind nodig hebben voor een succesvol gebruik van het MKS; de nieuwe systematiek voor het indiceren, organiseren en uitvoeren van zorg aan zieke kinderen buiten het ziekenhuis, die onder de verantwoordelijkheid van een medisch specialist vallen. De randvoorwaarden voor implementatie van het MKS zijn opgesteld. De uitwerking en het ermee werken is nu aan het veld. Vanaf begin 2017 wordt het systeem daarom in de praktijk beproefd. Dit proces duurt zeker een jaar tot anderhalf jaar. “We maken flinke stappen”, aldus MKS-programmaleider Hadewych Cliteur.

Vier fasen

Het MKS brengt op gestructureerde wijze, in vier fasen, de zorg en ondersteuning aan een ziek kind, buiten het ziekenhuis in kaart. Het gaat om de volgende fasen: Verwijsboom buiten het ziekenhuis, Hulpbehoeftescan, Zorgplan en Beslisboom afsluiten zorgplan. Het MKS is gebaseerd op de rechten van het kind. Dat betekent dat de behoeften van het kind (en het gezin) altijd centraal staan. En dat kinderen ook buiten het ziekenhuis moeten kunnen rekenen op hoogstaande, doelmatige en duurzame zorg.

Bij het invullen van de hulpbehoeftescan wordt vanuit de vier kinderleefdomeinen (medisch, ontwikkeling, sociaal en veiligheid) gekeken naar de zorg- en ondersteuningsvraag van kind en gezin. Deze scan mondt uit in een overkoepelend zorgplan, waarbij de diverse zorgverleners in de keten dienen samen te werken. Hadewych: “Of je nu in Groningen of in Limburg woont, vanuit het MKS wordt op eenzelfde wijze naar de zorgvraag gekeken. Het zorgplan is niet voor jaren vastgelegd. Het beweegt mee met de vraag en ontwikkelfase van het kind en het gezin. Uitgangspunt is altijd: ‘zoveel zorg als nodig, daar waar nodig’.”

Vijf instrumenten en twee standaarden

Het MKS is voor alle betrokkenen rond het (ernstig) zieke kind vooral een andere manier van werken. Het is een overgang naar een andere, meer integrale manier kijken naar de zorg en ondersteuningsbehoefte van een kind, op alle vier de levensdomeinen, waarbij gezin en sociale omgeving een grote rol spelen. Hadewych: “Voor een geslaagde invoering ontwikkelden onze MKS-partners vijf instrumenten en twee standaarden om te werken met het MKS.

Vijf instrumenten zijn klaar of vrijwel klaar: de handreikingen voor de implementatie van het MKS in het veld, het zorgplan kinderpalliatieve zorg, de impulsopleiding verpleegkundigen (opleidingsprofiel en bijscholing), e-learning en MKS online. Ook de informatiestandaard (voor eenheid in taal) voor de kinderverpleegkundige informatieoverdracht is zo goed als rond.
De ontwikkeling van de kwaliteitsstandaard ‘Zorg aan het zieke kind in de eigen omgeving’, die feitelijk de paraplu van het MKS is neemt nog een jaar in beslag. Deze helpt zorgprofessionals in hun besluitvorming over passende zorg voor het zieke kind en gezin in de keten van ‘voorbereiding tot ontslag uit het ziekenhuis naar de 1e lijn in de eigen omgeving’.

Rol van de zorgcoördinator

Veel onduidelijkheid en discussie bleken er te zijn over de rol van zorgcoördinator in het Medische Kindzorgsysteem. Hadewych: “Sommige ouders kregen van deze functie een beeld dat niet overeenkomt met onze bedoelingen. Sommigen gaven aan geen zorgcoördinator te willen, omdat zij vrezen daarmee de regie over de zorg kwijt te raken. Maar het MKS beoogt precies het omgekeerde. Ouders houden juist zelf de regie, dat is überhaupt het uitgangspunt binnen het MKS.”

Er komt veel op je af als je kind ernstig ziek is en uit het ziekenhuis naar huis mag, met noodzakelijke zorg. Er moet van alles worden geregeld wat in het ziekenhuis al was geregeld. Zorg en ondersteuning moeten in kaart worden gebracht en gerealiseerd. Uit een onderzoek dat is uitgevoerd voor de ontwikkeling van het MKS, blijkt dat veel ouders behoefte hebben aan ondersteuning bij die rol en taak. Recent was ook in RTL Nieuws aandacht voor dit onderwerp: ouders raken overbelast zonder ondersteuning. In de praktijk zien we dat veel gezinnen al een zorgprofessional hebben die helpt de zaken te coördineren en regelen. Bijvoorbeeld de maatschappelijk werker of een kinderverpleegkundige. We hebben hier uitgebreid over gesproken met verschillende stakeholders, inclusief ouders. Het blijkt dat het woord ‘coach’ betere associaties heeft. Iemand die het gezin ondersteunt, begeleid en deuren kan openen waar noodzakelijk. De crux is dat de coach op verzoek van de ouders wordt ingeschakeld.”

MKS 1.0

Het MKS en de bijbehorende instrumenten worden in het veld verder ontwikkeld, daar ligt volgend jaar de focus op.  Dat is een organisch proces. Omdat we al aardig wat ontwikkeld hebben in het afgelopen jaar hebben we gezamenlijk een basis kader vastgesteld. Vandaaruit gaan we implementeren. Dat basiskader noemen we MKS 1.0. Het bestaat uit de handreikingen die zijn geschreven om de vier fasen binnen het MKS helder te maken. Hoe werk je met het MKS, vanuit zowel het perspectief van de ouder als van de zorgverlener, wie spelen er een rol binnen het MKS. Daarnaast de in de diverse projecten ontwikkelde instrumenten. Denk aan het Individueel Zorgplan Palliatieve Kindzorg, de impuls opleiding kinderverpleegkundigen en bijscholing, de e-learning en mks-online. Ook de in ontwikkeling zijnde kwaliteitstandaard: ‘’zorg aan het zieke kind en gezin in de eigen omgeving’’ en de standaard voor de informatie overdracht, zijn pijlers in dit basiskader. In MKS 1.0 staan ook de tien criteria voor goede kindgerichte zorg. Zoals onder andere flexibiliteit, regie voor het kind en de ouders, een goede informatievoorziening en ruimte voor het kind-zijn. En heel belangrijk: zorg zo nodig en waar nodig. Een proces is pas MKS-proof als dit voldoet aan alle randvoorwaarden. We realiseren ons dat het werken met het MKS in de praktijk feed back zal opleveren waarmee we wellicht de handreikingen of de instrumenten moeten bijstellen, daarmee wordt alleen maar beter en steviger. Volgend jaar spreken we dan waarschijnlijk van een volgende versie: MKS 2.0”

Proeftuinen

De MKS-instrumenten worden vanaf begin 2017 in de praktijk getoetst door betrokkenen bij de zorg van het zieke kind. Hadewych: “We sluiten zoveel mogelijk aan bij het project uitbreiding regionale Netwerken Kinderpalliatieve zorg van Stichting Pal. In deze netwerken zitten deelnemers vanuit het ziekenhuis, huisarts, kinderthuiszorg, kinderopvang,  kinder- en jeugdhospice, apotheek en Centrum Jeugd en Gezin. Daarbinnen zetten we proeftuinen op voor het werken met MKS. Deze proeftuinen hebben een tweeledig doel. We gaan werken met de ontwikkelde instrumenten in de praktijk én we beproeven de vier fasen van het MKS. In de praktijk blijkt wat wel en niet werkt en waar eventuele aanpassingen nodig zijn. Al werkende leren we en sturen we bij en ontwikkelen we verder. De proeftuinen duren anderhalf jaar. Maar daarnaast zullen we nog eigen proeftuinen ontwikkelen in niet academische ziekenhuizen. ”Onlangs is een vervolgplan ingediend bij het ministerie van VWS. Het MKS Programmabureau ziet de honorering daarvan positief tegemoet.

 

Partners MKS programma

vvn     kz    nvk logo   pal    VASCA logo def    BINKZ
 

 

Copyright © MKSprogramma.